GRATIS JURIDISCH ADVIES

Welkom op de website van de Rechtswinkel Berg en Dal. Wij geven op vrijwillige basis en geheel kosteloos juridisch advies. Wij zijn er voor alle inwoners van de gemeente Berg en Dal.

Maandag 14 oktober 2019
18.30 uur - 20.00 uur
Locatie: 't Voorzieningenhart Op de Heuvel, Ericastraat 39 te Groesbeek.

Vrijdag 18 oktober 2019
Gesloten

Maandag 21 oktober 2019
18.30 uur - 20.00 uur
Locatie: 't Voorzieningenhart Op de Heuvel, Ericastraat 39 te Groesbeek.

Vrijdag 25 oktober 2019
14.00 uur - 15.30 uur
Locatie: 't Voorzieningenhart Op de Heuvel, Ericastraat 39 te Groesbeek.

Maandag 28 oktober 2019
18.30 uur - 20.00 uur
Locatie: 't Voorzieningenhart Op de Heuvel, Ericastraat 39 te Groesbeek.

Vrijdag 1 november 2019
14.00 uur - 15.30 uur
Locatie: 't Voorzieningenhart Op de Heuvel, Ericastraat 39 te Groesbeek.

 

Hier vindt u meer data.


Op dit moment werken wij alleen op afspraak.

Welkom bij Rechtswinkel Berg en Dal,

Sinds begin 2018 heeft ook gemeente Berg en Dal haar eigen rechtswinkel. U kunt bij ons terecht voor kosteloos juridisch advies. Denk hierbij ook aan hulp bij belastingaangifte of zelfs aan het verduidelijken van een lastige brief!
Wij werken momenteel alleen op afspraak. Bovenin onder de optie 'spreekuren' vindt u een intakeformulier.

Samenwerking

Wij zijn een samenwerking aangegaan met www.juridischevoorlichting.nl. Op deze site kunt u terecht voor algemene informatie over veel voorkomende (juridische) vraagstukken omtrent het huurrecht, arbeidsrecht, burenrecht en de schuldsanering. Kijk op de website of op de Facebook van juridischevoorlichting.nl voor meer informatie.
Herkent u een situatie en heeft u hulp nodig? Maak een afspraak via onze website. Onze medewerkers helpen u graag verder!

Rechtswinkel Berg en Dal zoekt nieuwe medewerkers! Lijkt het jou een uitdaging om praktijkervaring op te doen en draag jij graag je steentje bij? Dan zijn wij op zoek naar jou!

Stuur je sollicitatie bestaande uit een motivatiebrief, officiële cijferlijst en cv naar bestuur@rechtswinkelbergendal.nl.

Vereisten:
- Minimaal één jaar beschikbaar
- Minimaal tweede jaar hbo-rechten afgerond of in het bezit van een WO propedeuse
- Minimaal twee keer per maand beschikbaar om spreekuur te draaien op maandagavond en/of vrijdagmiddag op verschillende locaties in de gemeente Berg & Dal

Wie weet ben jij dan het juridische talent dat ons team komt versterken

 

 
Stel dat er schade ontstaat door bijvoorbeeld een kuil in de weg, een losliggende putdeksel of een berg stenen op de weg, dan rijst vervolgens de vraag wie er aansprakelijk is voor deze schade. In beginsel is de wegbeheerder aansprakelijk op grond van artikel 6:174 BW. Artikel 6:174 lid 1 BW vestigt een aansprakelijkheid voor de bezitter van een opstal. Indien de opstal een gebrek heeft waardoor schade ontstaat, is de bezitter van deze opstal aansprakelijk. Deze aansprakelijkheid wordt risicoaansprakelijkheid genoemd. Bij de toepassing van artikel 6:174 lid 1 BW gaat het er niet om dat de bezitter zelf een fout heeft begaan. Hij is puur aansprakelijk in de hoedanigheid van bezitter. Voor deze risicoaansprakelijkheid is toerekenbaarheid op grond van schuld of verwijtbaarheid dus ook niet vereist.

Op grond van artikel 6:174 lid 2 BW rust bij openbare wegen de aansprakelijkheid op het overheidslichaam dat moet zorgen dat de weg in goede staat verkeert, de zogenaamde wegbeheerder. Welke wegbeheerder aansprakelijk is voor een specifieke openbare weg is bekend bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Artikel 6:174 BW bepaalt dat de wegbeheerder aansprakelijk is indien de weg niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen(en dus gebrekkig is). Daarnaast dient dit gebrek een gevaar voor personen of zaken op te leveren en zich ook te verwezenlijken. Hierbij spelen de begrippen ‘openbare weg’ en ‘gebrekkige weg’ een belangrijke rol.
 

De openbare weg

Een openbare weg is in aansluiting op de Wegenwet 1930 een ‘rechtens voor een ieder toegankelijke verkeersbaan’. Een particuliere weg valt niet onder de definitie van een openbare weg. Daarnaast is de aansprakelijkheid begrensd tot verharde wegen. Volgens artikel 6:174 lid 6 BW wordt onder openbare weg mede begrepen het weglichaam, alsmede de weguitrusting. Het weglichaam is door de wetgever gedefinieerd als ‘het geheel van constructieve onderdelen dat aan de weg de nodige stabiliteit verleent, waarvan de aardebaan een belangrijk element vormt’. De weguitrusting wordt door de wetgever omschreven als ‘voorwerpen, die op, naast of boven de verkeersbaan zijn aangebracht en die dienen ter inrichting van die verkeersbaan voor het verkeersgebruik, zoals vangrails, lichtmasten of reflectorpaaltjes, of die anderszins ten dienste van het verkeer zijn bestemd, zoals constructies voor bewegwijzering, verkeersborden en verkeerslichten’.

De aansprakelijkheid van de wegbeheerder op grond van artikel 6:174 BW is dus begrensd tot (de toestand van) de openbare weg, waaronder volgens artikel 6:174 lid 6 BW mede zijn te verstaan het weglichaam en de weguitrusting. Deze aansprakelijkheid is beperkt tot gebreken die samenhangen met de verkeersfunctie van de openbare weg, aldus de Hoge Raad. Dit betekent dat de aanwezigheid op een openbare weg van een voorwerp dat niet behoort tot de weg in de zin van artikel 6:174 BW en dat gevaar schept voor personen of zaken, derhalve niet een gebrek van de weg is als bedoeld in artikel 6:174 BW. De Hoge Raad stelt hierbij dat voor de aanwezigheid van een dergelijk voorwerp op de weg de wegbeheerder wel op grond van artikel 6:162 BW aansprakelijk kan zijn.
 

De gebrekkige weg

Om te kunnen beoordelen of een opstal voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, heeft de Hoge Raad in het Wilnis-arrest objectieve maatstaven geformuleerd waaraan dient te worden voldaan. Het komt volgens de Hoge Raad aan op de vraag of de opstal c.q. de openbare weg, gelet op het te verwachten gebruik of de bestemming daarvan, met het oog op voorkoming van gevaar voor personen en zaken deugdelijk is, waarbij ook van belang is hoe groot de kans op verwezenlijking van het gevaar is en welke onderhouds- en veiligheidsmaatregelen mogelijk en redelijkerwijs te vergen zijn. Factoren die een rol spelen bij de beoordeling van de gebrekkigheid van de openbare weg zijn onder meer de aard en de bestemming van de weg, de functie van de weg, de fysieke toestand van de weg ten tijde van de verwezenlijking van het gevaar, het te verwachten gebruik van de weg door derden en tot slot de naar objectieve maatstaven te beoordelen kenbaarheid van het gebrek en het daaraan verbonden gevaar.

Bovendien wordt in het Wilnis-arrest benadrukt dat voor de vraag of een opstal gebrekkig is, bij overheidslichamen die een publieke taak uitvoeren ook moet worden gekeken naar de mate van beleidsvrijheid die aan dat overheidslichaam toekomt. Daarnaast moet worden gekeken naar de (niet onuitputtelijke) financiële middelen die in dat verband ten dienste staan. Deze twee aspecten zijn ontleend aan de parlementaire geschiedenis met betrekking tot de aansprakelijkheid van de wegbeheerder. In deze parlementaire geschiedenis is verduidelijkt dat vanwege deze twee aspecten de wegbeheerder rekening mag houden met de mate van prioriteit ten opzichte van het onderhoud van andere wegen die tot zijn beheergebied behoren.

De weggebruiker mag door de beperkte financiële middelen en de beleidsvrijheid dus niet verwachten dat aan iedere soort weg dezelfde eisen worden gesteld en dat alle wegen in perfecte staat verkeren. Daartegenover mag een gebrek aan financiële middelen nooit een excuus zijn voor de wegbeheerder voor het laten voortbestaan van een gevaarlijke situatie.

Conclusie

Al met al ligt de aansprakelijkheid van de wegbeheerder genuanceerder dan het in eerste opzicht lijkt. De aansprakelijkheid op grond van artikel 6:174 BW is namelijk beperkt tot de openbare weg, waaronder mede zijn te verstaan het weglichaam en de wegtuitrusting. Daarnaast is het zo dat artikel 6:174 BW geen aansprakelijkheid kan vestigen voor vreemde voorwerpen die niet behoren tot de openbare weg in de zin van artikel 6:174 BW. Om vervolgens te kunnen bepalen of er sprake is van een gebrekkige weg, moet aan een aantal objectieve maatstaven worden voldaan. Belangrijke factoren die hier een rol bij spelen zijn onder andere de aard, de functie en de fysieke toestand van de weg en het te verwachten gebruik van de weg. Bovendien is de kenbaarheid van het gebrek en het daaraan verbonden gevaar van belang.

 

Overigens is het zo dat het onderhoudsniveau van de openbare wegen niet beneden een aanvaardbaar peil mag dalen. Dit betekent dat de wegbeheerder de beleidsvrijheid en beperkte financiële middelen nooit als excuus mag gebruiken voor het laten voortbestaan van gevaarlijke situaties. Aan de andere kant is het juist zo dat vanwege deze beleidsvrijheid en beperktheid van de financiële middelen weggebruikers er rekening mee moeten houden dat niet alle wegen in perfecte staat verkeren. Niet alle wegen hebben immers dezelfde prioriteit.

 

Kortom, de aansprakelijkheid van de wegbeheerder dient te worden bepaald aan de hand van de specifieke feiten en omstandigheden van het geval.

 

Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen over de aansprakelijkheid bij gebrekkige wegen? Schroom dan niet om een afspraak te maken!